Tuintips 

Tip 1
Door diepte, breedte en lengte te suggeren kun je de tuin groter laten lijken. Een donkere achterkant in de tuin geeft diepte, terwijl een lichte achterkant meer breedte geeft. Een schutting met horizontale planken maakt de tuin langer.
Voor een donkere achterkant kun je een muur of schutting aan het einde van de tuin laten begroeien door (kleinbladerige) klimop. Voor kleur kun je er eventueel een clematis doorheen laten groeien.

Tip 2
De ruimte van een kleine tuin kun je optimaal benutten door gebruik te maken van klimplanten. Het zogenaamde verticaal tuinieren.
Enkele voorbeelden zijn de klimroos, Passiflora, Clematis, Jasminum, Hedera (klimop), Conicera (kamperfolie), Campsis radicans (trompetbloem) of eventueel een Wisteria (blauweregen) of druif als deze door regelmatig snoeien in toom wordt gehouden.

Tip 3
Ook in een kleine tuin kun je enkele forse bladplanten zetten. De tuin zal er rustiger en ruimer door lijken. Zachte kleuren zorgen ook voor rust en evenwicht.Rodgersia (er zijn verschillende bladvormen), Acanthus, grootbladerige Hosta’s maar ook een Yucca (palmlelie) kunnen zorgen voor een opvallend accent in een kleine tuin.

Tip 4
Bladverliezende struiken, met hun steeds wisselende aanblik, maakt dat de tuin in elk seizoen bloeiend is. Enkele voorbeelden zijn; Corylopsis (schijnhazelaar), Hydrangea (hortensia), Deutsia, Virburnum, Sering, Philadelphus (boerenjasmijn), Magnolia Stellata en lage soorten van de Japanse esdoorn (Acer).

Tip 5
Denk ook aan enkele planten en struiken die het hele jaar groen blijven anders zit je in de winter in een kale tuin. Enkele voorbeelden: coniferen (let op! veel soorten kunnen erg hoog en breed worden), struikklimop, buxus, skimmia, Chinese hulst, Camellia, Rhododendron, Hebe, lavendel en verschillende siergrassen. Ook bodembedekkers zoals klimop, maagdenpalm en diverse kruiden.

Tip 6
Er zijn tal van planten met bont of kleurig blad die voor opvallende accenten in een verdere groene beplanting kunnen zorgen; of kleur geven aan een schaduwrijke plek.Je kunt hier denken aan verschillende siergrassen en Hosta’s, Brunnera macr. variegata en Iris pallida variegata. Veel struiken hebben ook een bonte soort zoals: Euonymus fortunei (is wintergroen). Cornus alba Elegantissima en Weigelia florida nana variegata.

Tip 7
Let op bij de keuze van planten dat de bloei verspreid is over het hele seizoen. De meeste planten bloeien tussen half mei en half augustus. Bloeiend in augustus en september (oktober) zijn o.a. Sedum Spectabile, Lavatera, Coreopsis, Aconitum charmichaellii (monnikskap), Aster, Hibiscus, Ceanothus x delilianus soorten, doorbloeiende rozen en diverse soorten clematis.

Tip 8
Voor kleur in het voorjaar zijn er altijd wel plekjes te vinden waar bloembollen kunnen verwilderen. Ook zijn er een aantal struiken en bodembedekkers die al vroeg in het voorjaar bloeien. Zoals: sneeuwklokjes, krokussen, anemonen, blauwe druifjes, kleine soorten narcissen.Maar ook vroeg bloeiende heesters zoals; Corylopsis (schijnhazelaar), Daphne (peperboompje), Magnolia Stellata en brem.Bij planten moet je denken aan: Helleborus (kerstroos), Viola Oderata, Vinca Minor (maagdenpalm) en Arabis.