Luizen

Bladluizen zijn zuigende insecten die zich met plantensap voeden. Het eerste symptoom is de misvorming van de bladeren en de scheuten waar ze op zitten. De bladeren krullen om. Een blik op de onderkant van het blad geeft zekerheid of het al dan niet om bladluizen gaat. Doorgaans zijn bladluizen het meest gesteld op de jonge scheuten en blaadjes, hoewel ze ook de oudste bladeren durven te kiezen.

De schade situeert zich op drie vlakken. Allereerst nemen de luizen door het opzuigen van plantensap de energie van de plant weg wat tot groeistilstand zal leiden. Ten tweede scheiden ze honingdauw af waarop zich soms zwarte roetdauw schimmel ontwikkelt die de bladgroenverrichting onmogelijk maakt. Tenslotte zijn de bladluizen de voornaamste overbrengers van virussen. Ook via een lichte bladluisaantasting kunnen al virussen doorgegeven worden.

Op grote schaal doen ze daardoor de meeste schade aan. De virussen worden van de ene plant op de andere overgebracht via het speeksel van de luizen. De schade is het meest te vrezen bij warm en droog weer. Na een zachte winter komen meer én vroeger bladluizen voor omdat ook de luizen die op de zomerwaardplant gebleven zijn overleven.